Menu

De Brabant Collectie

De Stichting Cornelis Rudolphus Hermans heeft een speciale band met de Brabant-Collectie in Tilburg. Omdat de stichting zelf geen collecties aanlegt, worden door haar verworven erfgoedstukken (boeken, foto’s, prenten, enz.) ondergebracht bij de Brabant-Collectie.

De Brabant-Collectie is een erfgoedcollectie, die sinds 1985 in bezit is van de Provincie Noord-Brabant en die sinds juli 1986 beheerd wordt door de bibliotheek van Tilburg University. Net als Het Noordbrabants Museum (waar van  13 februari tot en met 8 mei 2016 de tentoonstelling was te zien Visioenen van een genie : Jheronimus Bosch) is de Brabant-Collectie voortgekomen uit het op het op 8 april 1837 opgerichte Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Het doel van het Genootschap was “bevordering van kunsten en wetenschappen in het algemeen en meer in het bijzonder in de provincie Noord-Brabant.” Initiatiefnemers tot het oprichten van dit geleerd genootschap in Noord-Brabant waren onder andere de rector van de Latijnse school Cornelius Rudolf Hermans (1805-1869) en de Bossche drukker Hendrik Palier (1785-1853).

Initiatiefnemers tot het oprichten van dit geleerd genootschap in Noord-Brabant waren onder andere de rector van de Latijnse school Cornelis Rudolf Hermans (1805-1869) en de Bossche drukker Hendrik Palier (1785-1853).

Screen-Shot-2016-04-21-at-10.54.18

Links: Cornelius Rudolphus Hermans door Frans van Beers
Rechts: Hendrik Palier

De eerste voorzitter van het Provinciaal Genootschap was de gouverneur van Noord-Brabant, baron Andreas J.L. van den Bogaerde van Terbrugge (1787-1855). Hij was een geletterd man en minnaar van de kunsten. Tijdens de oprichtingsvergadering van het genootschap in de Bossche Sociëteit het Casino hield baron Van den Bogaerde een klinkende rede, waarin hij zelfs verwees naar illustere instituten als de Royal Society in Londen en de Académie Française in Parijs. De zinspreuk van de Franse academie is: ‘aan de onsterfelijkheid’.

Het eerste doel van het Genootschap zou, aldus Van den Bogaerde, moeten zijn het creëren van een gewestelijke bibliotheek. Het tweede doel was te komen tot een geschiedschrijving van de Provincie Noord-Brabant.

Screen Shot 2016-04-21 at 10.59.04

Boven: Baron Andreas van den Bogaerde van Terbrugge

Cornelis Rudolphus Hermans werd bij die oprichting in 1837 de eerste onbezoldigde bibliothecaris van het Genootschap. Vanaf het begin ondersteunde de Provincie het Genootschap financieel. Voor 1837 werd duizend gulden toegezegd. Deze som plus geld uit de contributies van de leden werd vooral besteed aan de bibliotheek. Hermans besteedde veel tijd aan de uitbouw van de provinciale bibliotheek. Deze Genootschapsbibliotheek zou vooral een grootse verzameling bronnenmateriaal moeten gaan bevatten met betrekking tot de geschiedenis van het oude hertogdom Brabant en de nog niet zo lang geleden ontstane provincie Noord-Brabant. Met dit materiaal zouden historici dan eindelijk de geschiedenis van Brabant kunnen gaan schrijven.

Titelpagina van een in Den Bosch door Laurens Hayen gedrukt boek getiteld Plinii secundi epistolae familiares pro Schola Sylvae ducalis selectae. (Ca. 1520.) Het is een selectie uit de brieven van Plinius de Jongere, speciaal bedoeld voor de Latijnse school in de Kerkstraat in Den Bosch. De drukker woonde tegenover de school. Op de afbeelding zien we de drukker geknield naast zijn patroonheilige. In zijn hand heeft de heilige Laurentius zijn martelwerktuig (een grillrooster). Rechtonder staat in bruine inkt de naam van de vermoedelijk eerste eigenaar: Ioannes Caluinus, dat is Jan Calvijn (1509-1564). Deze heeft in het boek ook aantekeningen aangebracht. 

De Genootschapsbibliotheek was gehuisvest op de eerste verdieping in twee lokalen van de Latijnse school aan de Papenhulst in Den Bosch, en grensde aan het woonhuis van de rector. Die behuizing moet Hermans heel wat kopzorgen gekost hebben, het was een oud herenhuis dat door de gemeente kosteloos beschikbaar was gesteld.

In het begin verzamelde men heel breed. Naast boeken werden ook stenen, archeologische voorwerpen en kunstobjecten verzameld. De collectie bevat dan ook grote folianten met fraaie afbeeldingen daarin, die niet specifiek over Brabant gaan.
Overigens was ook het tot stand brengen van een museale collectie van meet af aan een opdracht van het Genootschap. Vooral de verzameling munten en penningen was uniek. Deze numismatische verzameling inclusief bijbehorende literatuur en natuurlijk de kunstcollectie bevindt zich tegenwoordig in het noordbrabants museum in Den Bosch.
Daarnaast schreef het Genootschap prijsvragen uit en publiceerde het haar Handelingen.

Screen-Shot-2016-04-21-at-10.59.12

Foto links: Kaempferia rotunda uit Plantae medicinales oder Sammlung offizineller Pflanzen. Düsseldorf, 1828-1833. Vindplaats: KOD 037 L 01-02, M 01-02, N 01
Foto rechts: De Wielewaal uit Sepp-Nozeman, Nederlandsche vogelen etc. Te Amsterdam by Jan Christiaan Sepp, 1770-1829. 5 delen.

Maar in 1885 werd reglementair bepaald, dat nog slechts aanwinsten over de geschiedenis van Noord-Brabant zouden worden aangekocht. In 1892 werd dat uitgebreid met publicaties over het Hertogdom Brabant. Vooral na 1900 gaat men zich specialiseren in Brabantica.

Op 2 januari 1986 kocht de Provincie Noord-Brabant Bibliotheek en Prentenkabinet van het Noordbrabants Genootschap. Op 18 april 1986 beslisten Provinciale Staten dat de boeken en de typografisch-historische [sic!] atlas naar de Katholieke Hogeschool Tilburg overgebracht zouden moeten worden. De bruikleenovereenkomst m.b.t. het beheer van de bibliotheek tussen de Provincie en de Stichting Katholieke Hogeschool dateert van 18 juni 1986.
De Hogeschool werd in dat jaar overigens omgedoopt in Katholieke Universiteit Brabant.
De literatuur over munt- en penningkunde plus een aantal prenten van belangrijke kunstenaars als Jan de Beijer, Josua de Grave, Valentijn en Bernard Klotz, Josephus en Henri Knip, Cornelis Pronk en Pieter Saenredam werden aan wat toen heette het Noordbrabants Museum overgedragen.
Op 6 februari 1987 werd de officiële overdrachtsverklaring getekend.

Voor Tilburg werd gekozen omdat men daar toen bezig was met bibliotheekautomatisering. Afgesproken werd dat alle boektitels in een geautomatiseerd systeem zouden worden opgenomen en dat er een gemeenschappelijke ‘Brabantica-catalogus’, wat nu is de Brabant Databank, zou komen met daarin beschrijvingen van literatuur over Brabant. De Brabant Databank bevat momenteel meer dan  100.000 beschrijvingen van boeken, tijdschriftartikelen en hoofdstukken uit boeken over heden en verleden van de provincie Noord-Brabant en haar bewoners.

Screen Shot 2016-04-21 at 10.59.22

De bibliotheek (waartoe ook bijna 1000 handschriften behoorden) en prentenkabinet van het genootschap werden in Tilburg omgedoopt in Brabant-Collectie.

In 1995 werd in het kader van een Europees project, Elise genaamd, met de kaarten en prenten uit het voormalig prentenkabinet van het Genootschap, een digitale beeldbank beeldbank gestart, de Databank Topografisch-Historische Atlas. In de atlas zijn bijna 20.000 afbeeldingen te vinden.

Een omvangrijk project, dat werd uitgevoerd op instigatie van de Provincie Noord-Brabant, was Brabantse fotografie van de twintigste eeuw (BF-XX). Daarbij werd door de voorloper van de Stichting C.R. Hermans, de Stichting Brabants Fotoarchief, zeer intensief samengewerkt met de Brabant-Collectie, die de projectleider leverde. Na 1986 werden dan ook verschillende fotocollecties verworven. We noemen Brabantse fotografen als Noud Aartsen, Jan Bijnen, Martien Coppens, Rees Diepen, Frans Kuit en Gaston Remery.

Bovendien ging de Brabant-Collectie zich iets later ook met Brabantse film bezig houden.
Eind december 2006 kwam de Film- en Fotobank Noord-Brabant tot stand. Momenteel is men in samenwerking met Erfgoed Brabant bezig met de modernisering van deze film- en fotobank.

U kunt terecht bij de Brabant-Collectie van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 17.00 uur. Ze hebben een eigen informatiebalie op niveau 0 van de bibliotheek.